Het verbeteren van een gebouw wordt vaak gezien als iets wat een eigenaar aan een gebouw doet: installaties vernieuwen, regelingen optimaliseren of het energielabel verbeteren. Maar de werkelijke prestaties hangen ook af van hoe het gebouw wordt gebruikt: wanneer mensen aanwezig zijn, hoe ze werken en wat ze van het binnenklimaat verwachten. Dit wordt steeds belangrijker, omdat zowel eigenaren als huurders te maken krijgen met hogere duurzaamheidseisen van investeerders, klanten en rapportagekaders.
Huurders zijn daarom niet alleen de doelgroep van je duurzaamheidsplan; ze spelen ook een belangrijke rol in de uitvoering ervan. Uit onderzoek van ULI Europe uit 2026, gebaseerd op interviews met twaalf grote Europese vastgoedeigenaren en -managers zoals BNP Paribas Real Estate en Redevco, blijkt dat versnipperde data en uiteenlopende prioriteiten de verduurzaming van verhuurde gebouwen vertragen. Het advies: breng eigenaren, huurders en property managers regelmatig samen om naar dezelfde data te kijken en gezamenlijk acties af te spreken.
Dat brengt ons bij de praktische vraag: hoe betrek je huurders beter bij het verbeteren van je gebouwen?
1. Deel verbruiksdata zolang huurders nog kunnen bijsturen
De meeste huurders zien hun werkelijke verbruik pas wanneer de jaarlijkse afrekening binnenkomt. Tegen die tijd is het jaar voorbij, is het geld uitgegeven en valt er niets meer bij te sturen. Een verbruikspiek die in maart nog gecorrigeerd had kunnen worden, wordt pas het jaar daarop zichtbaar.
Een huurdersportaal verandert dat. Het geeft huurders doorlopend inzicht in hun verbruik. Zo voorkom je verrassingen aan het einde van het jaar en kunnen zij gedurende het hele jaar actie ondernemen. Daarmee veranderen huurders van passieve ontvangers van een factuur in actieve deelnemers aan het verbeteren van de gebouwprestaties.
Onze nieuwste platform feature laat gebruikers zowel hun eigen verbruik zien als hun aandeel in het verbruik van de algemene ruimten en de basisinstallaties van het gebouw, zoals het elektriciteitsverbruik van luchtbehandelingskasten.
2. Stel realistische verwachtingen voor het binnenklimaat
Het binnenklimaat is een veelvoorkomende bron van huurdersklachten, terwijl verwarming, koeling en ventilatie verantwoordelijk zijn voor een aanzienlijk deel van het energieverbruik. Het is dus belangrijk om dit goed te regelen. Maar het is niet realistisch om te verwachten dat het binnenklimaat 100% van de tijd perfect presteert: het weer en de bezetting veranderen voortdurend.
Spreek daarom vooraf af wat acceptabele prestaties zijn. De gebouwklasse, het gebruik en het type huurder spelen hierbij allemaal een rol. Een klasse A-kantoor kan bijvoorbeeld criteria hanteren die aansluiten op WELL, terwijl voor een eenvoudiger gebouw minder uitgebreide, maar nog steeds duidelijke prestatiedoelen kunnen worden vastgesteld.
Je kunt bijvoorbeeld afspreken dat de omstandigheden gedurende 95% van de bezette uren binnen een bepaalde bandbreedte blijven. Een iets koelere winterochtend, waarbij de temperatuur zich binnen een uur vanzelf herstelt, is dan geen reden om het hele gebouw extra te verwarmen. Dat is onnodig, kostbaar en werkt de doelstellingen van je ESG-plan tegen. Een gezamenlijke benchmark houdt het gesprek feitelijk.
3. Leg duurzaamheid vast in het huurcontract
Goede intenties zijn waardevol, maar duidelijke contractuele afspraken voorkomen discussies achteraf. Een green lease helpt daarbij: hierin staan afspraken over het duurzame gebruik en beheer van een gebouw.
In Nederland is een green lease nog niet wettelijk gedefinieerd. Dat geeft eigenaren en huurders flexibiliteit, maar maakt het extra belangrijk om verantwoordelijkheden duidelijk vast te leggen. Afspraken over datadeling en transparantie behoren tot de meest gebruikte bepalingen. Eigenaren die dit bij het ondertekenen regelen, voorkomen dat deze afspraken later onder tijdsdruk opnieuw moeten worden onderhandeld.
Wil je een voorbeeld van een green-leasebepaling? Neem dan contact met ons op via info@healthyworkers.com.
4. Blijf betrokken, ook bij triple-net leases
Bij een triple-net lease kunnen de dagelijkse exploitatie, het onderhoud en veel bijbehorende kosten bij de huurder liggen. Maar als gebouweigenaar kun je niet volledig afstand nemen. Je blijft verantwoordelijk voor je vastgoed en voor bepaalde wettelijke verplichtingen.
De Nederlandse GACS-verplichting is daar een goed voorbeeld van. Sinds 1 januari 2026 moeten utiliteitsgebouwen die onder de regeling vallen en beschikken over verwarmings- of airconditioningsystemen met een vermogen van meer dan 290 kW, zijn voorzien van een compliant Gebouw Automatisering en Controle Systeem. Ook wanneer de huurder het gebouw beheert, blijft de eigenaar verantwoordelijk voor het naleven van deze verplichting.
Regelmatig contact met huurders is daarom essentieel om verantwoordelijkheden goed af te stemmen en grip te houden op je vastgoed.
Maak huurdersbetrokkenheid onderdeel van de dagelijkse praktijk
Huurdersbetrokkenheid is geen eenmalige communicatiecampagne. Het moet onderdeel zijn van de manier waarop het gebouw wordt beheerd. Deel het hele jaar door verbruiksdata, maak afspraken over het binnenklimaat, leg verantwoordelijkheden vast in het huurcontract en blijf regelmatig met elkaar in gesprek.
Wanneer eigenaren en huurders vanuit dezelfde data en aan dezelfde doelen werken, kunnen ze sneller handelen, energieverspilling verminderen en samen de prestaties van het gebouw verbeteren.

.png)




